De marathon van Eindhoven

Peter de Graaf toog naar Eindhoven om een gooi te doen naar een mooie tijd op de marathon. Hieronder het verslag van zijn marathon van Eindhoven

Werk maken van de marathon: Hoe het begon

peter de graafEr zijn maar een paar spaarzame momenten in het leven van een hardloper waarin je de illusie hebt dat je een deuk in een pakje boter zou kunnen schoppen, mits de condities op alle fronten ideaal zijn. Eén van die momenten is als je eindelijk mag toetreden tot het selecte gezelschap van de M50 lopers. Rond deze leeftijd, waarin alles minder wordt, wil je juist meer (het gaat hier over hardlopen voor de duidelijkheid). Dit meer slaat natuurlijk op sneller, het liefst veel sneller. Na de Marathon van Rotterdam, die ik finishte in een verdienstelijke 3:20:35, besloot ik er echt werk van te maken en mij bij een atletiekvereniging aan te melden, met als doel om door gerichte intervaltraining sneller te worden. Tijdens mijn trainingen liep ik vaak langs de baan van AV Sparta op Westvliet, en zo toog ik, begin mei, op een avond waarop het niet regende naar de baan getogen voor een proeftraining. Na een eerste kennismaking werd ik aan de goede zorgen van Theo Sijbrandij toevertrouwd. Waar ik dacht dat meer ook beter was, verkondigde hij dat minder juist sneller maakt (?), en ik paste mij snel aan de harde groepsdiscipline aan (dat ging best goed, red). Tijdens de zaterdagse Meijendel training werd het mij ook duidelijk dat je van bospaden met veel brandnetels sneller kan worden.

In juni besloot ik de Marathon van Eindhoven als het strijdtoneel te kiezen, waar het zou moeten kunnen gaan gebeuren als alles mee zou zitten (let op de voorzichtige bewoordingen). Ik ben niet een man van trainingschema’s en juli leek mij een goed moment om de wekelijkse kilometers te gaan opvoeren. Waar ik in juni nog op een maandtotaal van 186 km uitkwam, zwelde dit aan tot 350 km in juli, 428 km in augustus en 314 km in september (met dank aan de weergoden). Voor de nummerfetisisten onder ons vermeld ik de wekelijkse lange duurloop afstanden; juli – 15, 25, 28, 30; augustus – 30, 32, 16, 34, 31; september – 25, 34, 30, 12, gevolgd door een taperperiode. Daarnaast had ik deelgenomen aan een viertal testlopen om te kijken of het wel goed zat met de snelheid, nl de Rotterdam Ekiden, de Ekiden van Sparta, de Vredesloop en de 1vd4 bij HRR.

Gedegen voorbereiding

Een aantal weken voor D-day ontdekte ik dat er in het marathonweekend aan het spoor rond Tilburg gewerkt zou gaan worden en dat ik dus zou moesten stressen om op tijd aan de start te staan, dus heb ik maar een hotelletje geboekt. Met de auto was ook geen optie, omdat je niet weet of je na een marathon nog wel de auto in weet te komen, laat staan dat je je voet snel van de gaspedaal naar de rem weet te krijgen als er zich iets voordoet (een onverwacht rood stoplicht bijvoorbeeld). Bij het aftellen naar de wedstrijddag doet zich bij marathonlopers altijd een vreemd verschijnsel voor, hetgeen vrouwen bekend in de oren zal klinken, nl; wat neem ik mee?, wat doe ik aan?, welke (bijpassende) schoenen?, ben ik niet te dik?, kappertje? (scheelt al snel 100 gr), wat moet/zal/kan ik eten?, wat is de beste lokatie op het shirt voor het startnummer (je wilt wel strak op de finishfoto staan)?

Op zaterdag toog ik dus naar Eindhoven en gelukkig was het hotel dik in orde. Deze lag aan het parcours en wel ca. 1 km van de start en ca. 500 van de finish. Met medelijden keek ik naar medelopers die in het hotel arriveerden met vrouw (als verweesde hardloper is dit lot mij bespaard gebleven). Waar ik onderuitgezakt kon relaxen (ik had zelfs mijn koffieapparaat en de nodige snacks meegenomen) moesten de stakkers hun partner nog entertainen door doelloos uren door de winkelstraten van Eindhoven te banjeren en daarna corpuleus te eten (het moet immers wel een leuk en gezellig weekendje uit zijn voor allen).

Ik ging op tijd slapen (rond tien uur), maar mijn nachtrust werd rond vier uur verstoord. Toen ik uit het raam keek bleek dat het parcours opgebouwd werd. Om zeven uur gaf ik acte de présence in het restaurant voor het ontbijt (3 witte bolletjes met jam en hagelslag), gevolgd door een banaan om acht uur. Om kwart over negen begaf ik mij langzaam naar de start. De condities waren ideaal; op dat moment ca. 9 graden, onbewolkt en geen wind. Het tafereel dat ik bij de start aantrof verwonderde mij. De start was voor een tunnel die onder het spoor bij het centraal station gaat, en de start groepen bleken waarachtig klein, geen stampende drukte en geen ….. Lee Towers, geen luide house klanken. Ideaal dus. Toen ik de uitslagen ging bekijken bleek dat er 1600-2000 lopers aan de start stonden voor de volle afstand, met record aantallen voor de estafetteloop, halve marathon en andere onderdelen.

Startvak nader bekeken

Mijn startvak (B) bleek maar ca. 20 meter van de start af te liggen. In dit vak stonden de lopers met een te verwachte eindtijd van 2:40-3:25. Het werd mij al snel duidelijk dat dit niet het olijke volkje was dat je bij de start van Amsterdam of Rotterdam in het 3u00-3u30 tijdvak aantreft, die vaak ingegeven door een optimistisch zelfbeeld over hun mogelijkheden, mate van getraindheid en vooral mentale hardheid op een finish tussen de 3u00 en 3u30 mikken (gokken). Dit zijn vaak ook de lopers die denken dat een marathon één groot feest is. Daarentegen stond ik in Eindhoven tussen een selecte, in uiterste concentratie verkerende, groep wedstrijdlopers. In het startvak voor ons stonden de Nederlandse toppers (die niet aan het NK in Amsterdam deelnemen), de snelle Kenianen en Ethiopiers, en tijdens deze editie werd ook het WK, EK en NK marathon voor militairen gelopen. Tot zover waren de condities voor het schoppen van een deuk in een pakje boter perfect te noemen, nu de wedstrijd zelf nog….

Marathon lopen is plannen en rekenen

Ik start altijd met drie schema’s in gedachten, nl. streeftijd (3u15), sneller (3u10) en langzamer (3u20), waarbij het verloop van de wedstrijd, lichamelijke gesteldheid en mentale staat bepalend zijn voor de strategie tijdens de race. Negatieve splits lopen is alleen voor een kleine groep lopers weggelegd. Voor een streeftijd van 3u15 zou ik een tempo van 4:37/km vlak moeten lopen. Bij tempoverval in de wedstrijd betekent dit dus dat het eerste deel in een tempo moet gaan dat aanzienlijk sneller is dan 4:37/km. Nu weet ik redelijk goed wanneer bij mij tempoverval begint en dat is tussen de 25 en de 30 km. Op dat punt ben ik nog niet verzuurd natuurlijk, maar de glycogeenvoorraad is dan al flink teruggelopen en het gedeelte vetverbranding neemt toe (en de snelheid navenant af). Een race kun je niet lopen zonder een goed voedings- en drinkplan. In mijn geval betekent dit dat ik ongeveer 10 minuten voor de start een fles energiedrank heb weggekloekt en dat ik met een volle fles in de hand ben gestart. Verder had ik gels in een gordel, voor iedere vijf kilometer één.

Snelle doorstroom

Mensen die mij een beetje kennen weten dat het bij hardlopen pas menens wordt als ik mijn zonnebril opzet, daarbuiten ben ik meer een gezelschapsloper (kuch). Na het startschot waren er niet de gebruikelijke opstoppingen, maar juist een snelle doorstroom, waardoor ik snel in mijn ritme kon komen en niet een paar minuten verloor in de eerste vijf kilometers. In de eerste kilometers kwamen de 3u15 pacers mij voorbij, maar ik was vastbesloten om ze maar direct bij de start voor te blijven.

Soepel verval

De drinkposten waren dik in orde. Een chapeau voor de enthousiaste vrijwilligers. Wel waren deze posten gecombineerd met de sponslocatie. Het effect was grappig. Je pakte snel een beker, gooide de inhoud in je gezicht (een deel kwam hopelijk in je mond terecht) en daarna kon je jezelf snel afsponsen van het kleverige goedje. Op de helft gekomen mat ik 1u.30:55, hetgeen overeen komt met een gemiddeld tempo van 4:18/km. De tempo’s voor de hele marathon waren, in blokjes van 5 km – 4:12 (5 km), 4:14 (10 km), 4:16 (15 km), 4:20 (20 km), 4:27 (25 km), 4:34 (30 km), 4:45 (35 km), 4:59 (40 km), 4:55 (42,2). Waar het verval in het begin seconden bedroeg, liep deze na 30 km op tot 9-14 sec/km. Mijn strategie in de laatste zeven kilometers is doorgaans gericht om niet te forceren en tegen de verzuringsgrens aan blijven lopen waarbij je net niet in de kramp schiet. Stil komen staan door kramp kan je immers snel meerdere minuten kosten; dan maar een iets lager tempo. Tijdens deze wedstrijd voegde ik nog het element souplesse toe.

De laatste twee kilometers waren door het centrum van Eindhoven en omdat het deelnemersveld relatief klein was, en de verschillen per loper groot, voelde het aan als een soort ereronde, waarbij iedereen (en ik dus ook) luid werd aangemoedigd. Vanuit dat perspectief verschilt het publiek wel heel erg van de marathons van Rotterdam en Amsterdam; Brabantse gezelligheid vermoed ik. Leuk was een mannelijke opblaaspop met hamer die bij het Philips stadion stond. Ikzelf heb gelukkig geen klap met de hamer gekregen.

Het parcours was supersnel met weinig bochten waar je snelheid kan verliezen. Tevens bleek het niet moeilijk om de ideale lijn te lopen en overtollige meters konden tot een minimum beperkt worden. Dat scheelt mogelijk minuten, zeker als je vermoeid bent. Mijn favoriete stukken waren direct na de start; een recht stuk weg van tenminste drie kilometers en het stuk over de Oirschotsedijk, waar je heerlijk kon doorlopen in een lommerrijke omgeving met veel bomen. Dat het twee dezelfde rondjes waren bleek meer een voordeel dan een nadeel omdat het eerste rondje werkt als een parcourverkenning en je het eindspel, de laatste tien kilometer goed kan inbeelden. Doordat het deelnemersveld niet al te groot was kon ik helaas niet bij een groepje aansluiten, maar met windkracht twee was dat geen probleem. Waar je in Amsterdam langs de Amstel over de lopers struikelt door de smalle weg, was dat in Eindhoven niet het geval. Mooie brede wegen. Wat dat bruggetje op één kilometer van de finish deed was mij een raadsel.

Deuk in pakje boter

Ik kwam over de meet in 3u11:45, met een gemiddeld tempo van 4:32, hetgeen eigenlijk best wel snel is voor een M50 loper (toch?). Toen ik in het hotel terugkwam en mijn telefoon uit het kluisje haalde waren de eerste felicitaties al binnen. De organisatie had namelijk een App met gps en tussentijd tracking, waardoor de locatie waar ik mij bevond en de tussentijden live te volgen waren. In het speelveld was ik op een 304e plaats geeïndigd, echter als 13e in de M50 ‘oldtimer’ klasse. Toen ik zondagavond de uitslagen ging bestuderen bleek dat er wel heel veel Belgen meededen. Op zich een interessant gegeven, en scherp van geest ging ik turfen hoeveel Nederlandse M50 knarren voor mij gefinished waren, en waarachtig ik was de derde Nederlander. Zou ik dan toch een deuk in een pakje boter hebben geschopt?

Eindoordeel: Een echte aanrader voor de fijnproevers onder de marathonlopers; uitstekende organisatie, snel parcours en geweldige ambiance. Maar…. het weer moet wel meezitten anders is het een trieste bedoening.

Advertenties

Over AriBombari

Run for your life, before life runs you!
Dit bericht werd geplaatst in Blogverslag hardloop wedstrijd en getagged met , . Maak dit favoriet permalink.

Een reactie op De marathon van Eindhoven

  1. Pingback: Ethiopier Regassa snelste bij Eindhoven marathon | Hardlopen: Leuke loopjes

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

w

Verbinden met %s