Van Marathonner naar ultraloper? 60 van Texel (deel 2)

Nu gaat het los, ’t Horntje

Voor het blog naar de aanloop van de 60 van Texel klik hier

In de ochtend voor de start is het toch  haasten geblazen. Ik heb een berg reepjes, dranken en gelletjes bij me of aan vriendin gegeven. In haar rugzakje zit ook een extra shirt, petje en een paar schoenen en sokken. Plan B is klaar. Na 38 km, bij Oosterend als we landinwaarts trekken, staat zij hopelijk mij op te wachten. Het devies is genieten tot de vuurtoren en dan kijken of je nog wat over hebt in de laatste 25 km. Bij de 48e km. hoop ik nog te kunnen versnellen, al is dit een gekke gedachte als je weet dat je nog nooit verder dan 44 kilometer of 4 uur hebt gelopen.

Met mijn tas en drinkbelt om spoed ik me naar de pendelbus. Ik zie bij de bushalte een grote bus staan, die op het punt staat te vertrekken. De laatste bus gaat om 9.45 hoor ik van Roelof, een loopmaatje die in de StayOkay verblijft en waarmee ik gisteren ben opgetrokken. Het is 9.41 en de bus geeft gas. Ik sprint langs de bus en probeer de aandacht van de bestuurder te trekken…tevergeefs.  Wat is dit? ga ik nu de start missen?

Gelukkig staat er 50 meter terug ook een prehistorische  schoolbus die doet denken aan oude Hollywood films. Ja hoor, deze gaat ook richting ’t Horntje en de haven waar we zullen starten. Roelof stapt 5 minuten later ook in en de sfeer is meteen relaxed. Wiffried Duivenvoorden en een andere kamergenoot van Roelof stappen ook in. Wilfried heeft een mooie hardlooprugzak, wat lijkt op een soort raketmotor. Ready to fly. En dat ben ik ook. Jan, de andere slapie van Roelof is wat gespannen. Een lichte blessure zaait twijfel. Een extra horde richting finish.

Bij aankomst een grote schare lopers die heerlijk ontspannen of juist vol adrenaline wacht op de avonturen die komen gaan. Ik bedenk me dat ik vergeten ben de vaseline op te smeren en roep langs een rij lopers die wacht op de startnummers: “Wie heeft er vaseline?” Meewarige blikken, maar 1 helpende loper bied uierzalf aan. “Ook goed” zeg ik.

Bij de start doet de speaker verwoede pogingen om het laatste half uur helemaal vol te praten, wat lukt! Nog 8 minuten, nog 5 …nog 2 minuten..en we gaan. Hans Koeleman schiet ons weg en ik voel me als een kind die voor het eerst in de speeltuin komt.

De veerhaven voorbij de zon en het strand tegemoet. Roelof loopt even voor me. Na ruim een kilometer passeer ik in  een bocht wat lopers, maar Roelof in zijn opvallend gele shirt heeft nu al de turbo aangezet. Zelf loop ik rond de 5.30 waar ik uitging van 5.45 en 6 minuten per km. in de eerste kilometers of op het strand. Ik loop samen met Jan. Zijn spieren moeten langzaam warm worden zodat hij zijn blessure minder voelt of er doorheen loopt. Hij verlangt naar het strand. Ik zeg dat ik te hard ga. Hij antwoord dat hij nog nooit zo langzaam gelopen heeft in een race. Bij de eerste verzorgingspost raak ik hem even kwijt. Maar ik wacht als ik het tempo verlaag. Het is nog lang getuige het bordje 55. (De kilometertelling loopt hier af). De bocht om langs wat groen richting strand. Hier word het zwaarder, maar nog geen heuvels.  Jan versnelt, Roelof is inmiddels een geel stipje die al zeker 2 minuten voor ligt. De wind is tegen. Maar het voelt alsof ik vlieg. De rem is wat minder ingetrapt en ik probeer het juiste spoor door het zand te vinden.

je kunt zo zien wie er gewend is op zand te lopen en wie het minder af gaat. Ik kom samen te lopen met een loper in een rood shirt, met een persoonlijke touch. Zestig op de voorkant (ook zijn nieuwe leeftijd begrijp ik) en een lijstje met loopjes waarvan de huidige loop nog afgevinkt moet worden. We lopen veelal naast elkaar. Achter elkaar zou beter zijn, hoewel ik de wind niet erg vind. Het tempo is nog steeds sneller dan beoogd. We laten een paar snelle lopers waaronder Jan gaan, terwijl we er ook nog genoeg inhalen. Inmiddels zijn er wat lopers afgeschud en praten we over het feit dat te snel starten vaak resulteert in een meervoudig verlies van je gewonnen tijd in de laatste kilometers. Zelfs in de laatste 5 kilometer kun je dit nog voor je kiezen krijgen. De eerste tien kilometer zijn binnen het uur gegaan en voorbij alsof we nog maar net begonnen zijn. Maar ik weet zeker dat ik het zwaar gaat aanvoelen. Hoe en waar…let’s find out. Genieten en niet te veel met krachten smijten tot de vuurtoren. Of zijn plannen er juist om van af te wijken?

Als we de heuvels zien waar we het stand af moeten krijg ik een soort van impuls. Ik loop in het mulle zand wat lopers voorbij en sluit aan bij een grote groep die allen vrijwel meteen gaat wandelen? Wat is dit nou? Nu al? De meesten lijken uit te stralen om niet nu al hun kruit te verschieten. Ik versnel mijn tred en loop zo soepel langs het dozijn ultralopers. De man met rood shirt volgt aanvankelijk maar ook hem verlies ik tijdens het klimmetje. Ik dender door de fietspaadjes met grind naar beneden. En ik ben los. Het natuurreservaat is mooi en genieten geblazen. Jan is ook weer bij me aangesloten en langzaam gaat het tempo omhoog en richting de 5.20 per km. We krijgen veel bijval en aanmoedigingen van het publiek dat opgesteld bij de wissel van de estafettelopers die per persoon 15 kilometer afleggen. Dan het strand weer op. Plekken met nat zand, stuif zand of met sporen. Het gaat nog steeds erg lekker. Wel voel ik wat pijn in mijn rechtervoet. De veter iets te hard aangetrokken en de chip die er nog in zit helpt ook niet. ik zal er nog twee uur mee doorlopen. Weer een steile beklimming en ik vlieg er weer vol in. Bovenop de heuvel staat een oudere man iedereen gillend en druk gebarend op te zwepen. Doorlopen! Tred houden. Niet wandelen!! ik ben de enige die zijn bevel op volgt. Ik zoef naar beneden, ik vlieg, maar de ratio is er ook nog. Ik moet gas terug nemen want ik heb vriendinlief namelijk verteld dat ik een gemiddelde zal hebben van 6 minuten. Ik zal naar verwachting meer dan een half uur bij pek van bestemming aankomen.

Slufter richting Eijerlandse Duinen


Ik dender over een loper met een blonde paardenstaart heen. het op de rem trappen blijft lastig. Heel af en toe word ik ingehaald, maar dan betreft het een estafetteloper. Het 30 kilometer punt nadert. Halverwege. Het gaat heerlijk. Het voelt nog steeds als een walk in the park. Ik kom in een groepje van lopers terecht en we passeren een loper waar de fietser rechts behoorlijk in de weg rijdt. Mogelijk een 120 km. loper. Ik roep iets en pas nadat de loper zijn fietser waarschuwt kunnen we er langs. Ik maak me er niet druk om. Met een dame loop ik weg uit de groep. Het tempo gaat wederom omhoog. Bij de drinkpost haakt de dame af, ik loop weer alleen en geniet van de natuur.

Slow cow

Een groep zwarte runderen contrasteert het mooie landschap nabij de Slufter. De zon weerkaatst op het drassige groene landschap. Als je niet beter wist zo je denken in het buitenland te lopen. Nu komen de heuveltjes . Inmiddels heb ik Roelof weer in de smiezen gekregen. Door de lange zichtlijnen is hij in beeld met zijn gele shirt.

Ik loop door de mooie heuvels in de Eijerlandse duinen. Met een andere loper met een blauw shirt die versnelt kom ik bij een groepje van twee mannen die duidelijk samen van start zijn gegaan. We haken aan en zien de vuurtoren. Een belgische loper loopt snel de heuvel op en wacht dan op zijn maatje. Ook ik test de benen nog even en kom makkelijk boven. Hij vraagt hoe het gaat: ik antwoord dat ik mijn liezen al wel begin te voelen, maar dat het verder lekker gaan. “zonder pijn, geen wedstrijd he” zegt hij lachend. Mijn antwoord is aansluitend: “Thuis op de bank zitten is pas echt pijn lijden”. We passeren de vuurtoren aan de rechterzijde. Met zijn vieren gaat het verder. Ik pak een binnenbochtje en ga snel langs een drankpost. het groepje valt nu uit elkaar. We zijn op het meest noordelijke stuk van het parcours en draaien nu de dijk langs de Waddenzee op. 35 kilometer afgelegd. Nog 25 te gaan. De straat waar we doorheen lopen heet de Volharding. Toepasselijker kan het niet. Mijn tempo is weer omhoog gegaan naar 5 minuten per kilometer. Ik nader Roelof geleidelijk, maar hij passeert ook lopers. Je ziet nu dat sommigen het zwaar krijgen. Het gat met mijn dorpsgenoot is nog maar 25 meter.

Bandenwissel in de Cocksdorp

De loper in het blauwe shirt loopt vlak voor me en stopt bij zijn vriendin om wat gelletjes aan te pakken. Nu maar hopen dat mijn vriendin er ook staat. Ik passeer een parkeerplaats en zie onze auto er niet staan. Dat betekend dus geen verse schoenen en reepjes. Gelukkig heb ik me in de parkeerplaats vergist. Bij een bocht landinwaarts staat ze aan de kant. “ Je spullen liggen aan de overkant in het gras”,

roept ze. Ik pak wat gelletjes en kan mijn pijnlijke rechtervoet verwennen met een paar comfortabele en dempende schoenen. Het zal wel anders lopen worden, maar dat risico neem ik graag.
Ook mijn gisteren verworven Texel pet zet ik op. Ik verlies een minuut, een kleinigheid op de totaaltijd, maar wel veel in vergelijking met de lopers om mij heen. De loper in het blauw is me inmiddels behoorlijk voorbij en het gat naar Roelof is nu ook weer groot. Bij de twee lopers waar ik aanvankelijk bij liep kan ik wee aansluiten. Ik praat even met ze en loop een paar minuten op. Dan ga ik door. Het lijkt of de zee in brand staat. Loper voor loper haal ik in. De blauwe loper haalt roelof in en ik kan na 46 kilometer ook bij hem aansluiten. “Warm he”, zegt hij . Hij steekt een duimpje omhoog en het lijkt of hij versnelt. Ik pik aan, maar het begint voor het eerst lastig te worden.

Nog een behoorlijk (Ooster)eind

De zon brand, het zweet gutst van mijn voorhoofd en het shirt is nat. Ik ben niet langer bezig met genieten, maar een race aan het lopen. En niet zo maar een race. Nooit liep ik verder dan 44 kilometer, nooit langer dan 4 uur.
Mijn voorbereiding kende 2 lange duurlopen, voor de rest was het mee een lichte marathonvoorbereiding. En veel lezen, over ultra’s en trails. Inspiratie telt ook toch?! Ik weet dat ik verder kan lopen. Het onverwachte is een verlangen geen angstdroom. Toch wil ik bij Roelof blijven, maar het betreft hier geen 10 km. wedstrijd. Ook al is het misschien nog 10km naar de streep. Roelof is een ervaren ultraloper die zijn hand niet omdraait voor 100km. Dat ik op de marathon 10 minuten sneller ben zegt hier niets. Het lijkt wel of Roelof nu pas is wakker geschud. Langzaam moet ik hem laten gaan. Op de dijkjes klamp ik weer aan. Bij Oost verlaten we de kustlijn weer. Dan komen we Oosterend binnen. Roelof is iets eerder bij de drankpost. ik stop net zoals bij de meeste vorige posten,. Water en gel en haastig zoeken naar mijn flesje met gel die ik bij de start heb afgegeven. Het staat er niet meer bij. Bij de vorige posten was het ook zoeken, maar nu is het echt weg. Roelof is nu meer dan 100 meter voor. Ik laat het rusten en neem nog een half tucje, voor de noodzakelijke zouten. ik krijg het nauwelijks meer weg. Nog een cola/cafeine gelletje, die ik traditiegetrouw ook maar voor de helft naar binnen krijg. Het is werken geblazen. Ook voel ik mijn hamstrings lichte krampen komen op zetten. Maar ik verzet mijn gedachten.

Geparkeerd

Langzaam voel ik de krampen toenemen. Ook op plaatsen waar ik het normaal nooit heb gevoeld. Het tempo zakt in. Een loper achter me lijkt te naderen. De zon schijnt vol in het gelaat. Kilometer 53. Ng 7 km. Gisteren vertelde Bert van de Veer dat hij 7 km in leidende (of was het lijdend?) buiten zichzelf trad in de verzengende hitte in zijn moeilijkste ultra, maar zichzelf terugvond en toch de finish haalde.

En dan sta ik opeens stil. Niet omdat ik dat wil, maar omdat het gebeurd. Het lijkt of er twee stalen sloten onder mijn liezen zijn gebonden en ze de spieren in een onbeweegbare positie hebben vastgeklemd. Ik voel pijn. Ik voel machteloosheid. lichte paniek. Waarom nu? ik ben er voor mijn gevoel bijna. Ik probeer te ontspannen en voel meteen drang om te plassen. De loper achter me had me al gepasseerd, de volgende komt pas over 100 meter. Maar het is niet erg als mensen me zien terwijl ik een sanitaire stop maak. Niets is belangrijk meer. Behalve DE FINISH halen! Maar hoe? Heeft iemand een paar reservebenen. Ik probeer iets wat op wandelen lijkt. Hardlopen lukt niet meer. Twintig seconden later…. weer een krampaanval. Wandelen…. Ik zal, nee moet doorgaan vijftig mt dribbelen. Weer een krampaanval. Het zijn niet de liezen, nee spieren. Abductoren heten die krengen geloof ik. Ik beloof het machtige Loopwezen dat ik ze de volgende keer zal trainen. Dribbelen. Een volgende loper passeert me. Aanhaken lukt dertig meter. Weer een krampaanval. Nog heftiger. Wandelen. Sjokken. Ik moet de volgende post halen of de 55 km passage. Het lijkt wel of ik niet verder kom. In de verte zie ik de haven van Oudeschild en een vervallen industrieterrein. Het ziet er lelijk uit. Of is het mijn perceptie. Zijn de endorfine uitgewerkt? Weer word ik ingehaald. Maar ik heb weer een dribbelpasje te pakken. 7min. per km? WE moeten om de haven. de langzame loper achter me haalt me in, maar ik haak aan en ook hij moet wandelen.Ik haal hem in en we lopen bijna verkeerd. Even dribbelen we veder, maar al snel moet ik weer wandelen.

Ergens zegt iemand ” gewoon wandelen, dat is het beste voor je spieren”. Iets verder op: het is een slagveld, ze vallen met bosjes. Nog steeds geen teken van 55 km punt of een drinkpost. Dit is mijn Fata morgana, mijn helletocht. De krampen komen nu ook in mijn kuiten. ik krijg zelfs kramp in mijn armen en in de spier onder mijn oksel.mijn arm schiet de lucht in. Stuiptrekkingen. Het voelt of er iemand een Voodoopop van mij aan het bewerken is met een ijspriem. Ik wandel stukken van 200 meter. Dan eindelijk de vezorgingspost in zicht. Ik zie Roelof net weggaan, Hij had last van een blaar en heeft deze doorgeprikt. Hij heeft het dus ook zwaar. Water, cola en een mueslireep. Eten lukt niet meer, maar voor na afloop dan maar.


Drie keer doodgaan op de Hoge Berg

Opeens is hij daar. Twijfel. Maar ik ben berekend op zijn komst. Ga weg, flikker op Twijfel, jij past hier niet. No way dat ik dit niet uitloop. Ik sta straks binnen de 7 uur aan de finish in Den Burg met een biertje in de zon, desnoods kruipend. Opgeven is geen optie. Het rekenen gaat moeizaam. Hoe lang ben ik onderweg.met vallen, opstaan, stilstaan, wandelen, hoe lang doe je er dan over? Ga ik de 6 uur nog halen of ga ik richting 7 uur? Later besef ik dat ik weer bij de Hoge Berg ben. het hoogste punt van Texel. al merk je daar niks van. De krampaanvallen volgen elkaar steeds vaker op. Ik loop van kilometerbordje naar kilometerbordje. Doodgaan bij het graf van Jan Knippenberg.

Zeker tien lopers passeren me in mijn strompeltocht. Tussendoor kan ik nog dribbelen in een tempo dat langzamer is dan de langzaamste kilometer. fietser kijken verbaasd naar me als ze me horen schreeuwen van de pijn. maar zij moeten de lopers naar de finish begeleiden. Ik ben aan mezelf overgeleverd. een groep van vijf weet ik nog even voor te blijven. De dame die ik eerder rond 30 km inhaalde haalt mij weer in,, als ik weer moet wandelen door de samentrekkende abductoren. En dan voel ik zo een hevige steek in zowel kuit als hamstring dat ik me laat vallen om verlichting te zoeken. Ik val tegen een berm, vol in de verse brandnetels. Pijnscheuten ..opnieuw. felle prikkels die me weer omhoog doen veren. ik weet niet waar ik het zoeken moet. De prikkels gaan dwars door mijn shirt heen en ook mijn handen tintelen. Ik kan er bijna om lachen. Deze tintelingen leiden af van de krampen. Een loper die ik vijf kilometer eerder makkelijk voorbij liep, komt mij nu in sukkeldraf voorbij. Maar ik kan een tijdje aanhaken. Het is nog geen twee kilometer meer. Ik zie een lange streep en dan iets van een hoopgje mensen en de contouren van het dorp. De oper achter me gaat me niet meer in halen. no way. Ik kan iets versnellen en ik bid dat ik geen kramp meer kriijg. Vlak voor de finish staan vriendinlief en kinderen te wachten. En een blije Noah sleept me over de eindstreep. Ik heb zowaar nog net onder de 5.50 uur gelopen. Met koorts heb ik de finish gehaald en lig ruim 20 minuten als een baby in het gras.

Ik durf nauwelijks te bewegen bang om weer kramp te krijgen, wat nog wel gebeurd. Drinken en eten. Na een douche en een halve massage (dit tiggert de kramp in de voeten) ben ik s”avonds snel hersteld. Op het terras drink ik napratend met de niet ver voor mij binnengekomen Wilfried mijn welverdiende Skuumkoppe. En de spierpijn? die werd met de skuumkoppe weggespoeld. De euforie zal de plaats innemen. Pain is only temporarily, fame is foreever.

Advertenties

Over AriBombari

Run for your life, before life runs you!
Dit bericht werd geplaatst in Blogverslag hardloop wedstrijd. Bookmark de permalink .

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s